15 food safety tips bij warm weer

Als de temperaturen stijgen, loop je meer risico dat je voedsel bederft. Zeker als je graag buiten eet of een barbecue organiseert, moet je voorzichtig zijn met rauw voedsel. Hou het deze zomer lekker veilig met deze praktische tips.

  1. Bewaar restjes gekookt voedsel niet buiten de koelkast. Laat ze ook niet helemaal afkoelen voor je ze in de koelkast of diepvries zet. Tijdens het afkoelen kunnen schadelijke bacteriën zich beginnen vermenigvuldigen. Wacht gewoon even tot de heetste dampen weg zijn en verdeel het voedsel desnoods in kleinere porties. Zet alles meteen in de koelkast of diepvries.

  2. Hou de inhoud van je koelkast goed in de gaten. Zelfs restjes die je goed afgesloten in de koelkast hebt gezet, kun je niet langer bewaren dan drie dagen. Soms ruikt het eten nog fris, maar loop liever geen risico’s. Als je die extra portie spaghettisaus langer wil bewaren, zet ze dan in de diepvries.

  3. Zorg ervoor dat er in je koelkast genoeg ruimte is zodat de lucht goed kan circuleren. Zet je de koelkast te vol, is het mogelijk dat de temperatuur niet laag genoeg is. Een goede tip bij feestjes is om de drank niet in de koelkast te bewaren maar in een teil met ijskoud water en ijsblokjes. Zo creëer je weer plaats voor gerechten die absoluut koel bewaard moeten worden.

  4. Haal je iets uit de diepvries? Laat het dan in de koelkast ontdooien en NIET op het aanrecht. Als het te lang duurt, kunnen er zich in het eten slechte bacteriën ontwikkelen. Heb je haast, ontdooi je ingrediënt of gerecht dan snel in de microgolfoven.

  5. Neem een koelingszak met koelelementen mee als je bij warm weer naar de supermarkt gaat. Zorg ervoor dat vlees, gevogelte en vis zo kort mogelijk buiten de koeling blijven.

  6. Bewaar klaargemaakt eten nooit langer dan twee uur buiten de koelkast.

  7. Bij de bereiding van rauw vlees en kip is het zeer belangrijk dat je je snijplank, mes en handen meteen daarna grondig reinigt met heet water en afwasmiddel. Op die  manier voorkom je kruisbesmetting met rauwe ingrediënten. Gebruik zeker nooit meteen na elkaar dezelfde snijplank voor rauw vlees én groenten of fruit.

  8. Let er in de koelkast op dat rauw vlees (bv. als je een barbecue organiseert) helemaal onderaan ligt. Op die manier kunnen eventuele vleessappen niet terecht komen op andere ingrediënten.

  9. Check af en toe de temperatuur van je koelkast. Die moet steeds lager zijn dan 5 °C.

  10. Let goed op dat je bij een barbecue niet meteen al het vlees uit de koelkast haalt. Doe dit pas nét voordat je het gaat grillen. Zorg er ook voor dat je twee schalen naast de barbecue zet: één voor rauwe ingrediënten, één voor gare ingrediënten. Gebruik niet dezelfde tang voor de twee soorten ingrediënten.

  11. Als je buiten staat te koken of je organiseert een picknick, is het lastig om tussendoor even je handen te wassen. Neem daarom steeds vochtige doekjes mee en een antibacteriële handgel.

  12. Vertrouw tijdens een barbecue niet op de kleur van vlees of gevogelte om te bepalen of het gaar is. De meest veilige methode om echt zeker te zijn is een voedselthermometer.

  13. Marineer je vlees of vis voor de barbecue in een schaal? Laat het dan niet op het aanrecht staan, maar zet het zo lang mogelijk in de koelkast. Gebruik de marinade na het grillen zeker niet opnieuw, bv. als dressing, want ze is in contact geweest met rauwe ingrediënten.

  14. Staan er schelpdieren op het menu? Alle schelpen die tijdens het koken niet zijn opengegaan, moet je meteen weggooien.

  15. Neem je een koelbox mee op verplaatsing? Zet ze dan niet in de koffer van de auto, maar in de passagiersruimte. Daar is het over het algemeen koeler. Eenmaal aangekomen plaats je ze best niet in direct zonlicht en open je de box zo weinig mogelijk, opdat alle ingrediënten zo koel mogelijk blijven. Denk eraan dat een koelbox langer koel blijft als ze vol zit. Vul de lege ruimte eventueel op met ijsblokjes.