Zo geniet je nog méér van dat glaasje wijn

Wijn drink je niet zoals water. Het is zonde als je wijn gaat drinken zonder aandacht te hebben voor het fantastische product in je glas. Op die manier mis je namelijk alle smaaknuances en aroma’s die in de wijn verborgen zitten. Wijn is een drank om traag te savoureren, niet om snel snel te drinken.

Maar hoe doe je dat? Moet je zoals de echte kenners je neus in het glas steken, eindeloos rondjes draaien (walsen) en dan uitpakken met ‘professionele’ associaties? Moeten we het écht hebben over natte steen, pels, struikgewas uit de Provence of de diepste, donkerste tonen van chocolade voordat we de wijn ten volle kunnen appreciëren? Natuurlijk niet. Sommige liefhebbers volgen een wijncursus en daar leer je effectief dat soort termen te gebruiken, maar in je eigen keuken of woonkamer kan het allemaal een stuk eenvoudiger en zeker ook laagdrempeliger.

  • Alles begint met de juiste temperatuur. Wil je rode wijn drinken? Haal deze dan op voorhand uit je koude kelder of garage en laat ze op een iets warmere plek op temperatuur komen. Je hoeft de fles nu ook weer niet naast de kachel te zetten, want té warm is ook niet goed. Witte wijn mag fris geserveerd worden, maar ook niet zo koud dat je niets meer proeft. Sommige mensen zetten de wijn even in de diepvries, maar dat is af te raden. De koudeschok is niet goed voor de smaak van de wijn.
  • Wil je een oude, rode wijn serveren bij een succulent wildgerecht? Laat de wijn dan even ‘ademen’, bijvoorbeeld in een karaf. Oude wijn is vaak wat gesloten als je de fles net opent (je proeft weinig). Doordat er zuurstof aan de wijn komt, zullen de smaken zich sneller ontplooien.
  • Gebruik grote wijnglazen. De typische, kleine ronde ‘bolletjes’ zijn eigenlijk niet geschikt voor wijn. In een groter glas zul je de wijn veel beter ruiken en proeven. Zet het glas stevig op tafel, hou het vast bij de voet en draai er mee in korte snokjes, zodat de wijn in beweging komt en de aroma’s naar boven komen. Ruik er dan eens aan en je zult versteld staan: het aroma van wijn is de hélft van het plezier. Zo is het ook bedoeld door de wijnmakers. Dus wat je ook doet, vergeet niet om even te ruiken voordat je proeft.
  • Als je bewust wilt proeven, drink dan traag en geconcentreerd. Laat de wijn even ronddansen in je mond voordat je hem inslikt. Elke druif heeft een eigen smaakprofiel dat je terugvindt in de wijn zelf. In een chardonnay die in houten vaten heeft gerijpt, zul je vanille opmerken en vaak ook een boterige toets. In een riesling ruik je plots een hint van petroleum. In een pinot noir ruik en proef je vaak aardbeien en kersen. Zo wordt wijn een boeiende, smakelijke ontdekkingstocht.
  • Laat een fles die geopend is, niet te lang staan want de aroma’s en smaken zullen snel vervliegen.